In het land der levenden
Guus is terug!
Moto Guzzi-liefhebber Henk Boon bood aan om de V7 van wereldreiziger Paul van Hooff op te knappen. Dat heeft hij
geweten. “Toen ik het frame kaal had, schrok ik. Het was op vier plaatsen gebroken.” Inmiddels heeft de motor een transformatie ondergaan en glanst hij als nooit tevoren.
Via een wenteltrap daal ik vanuit de keuken af naar de werkplaats van Henk Boon. Onderaan waan ik me in de ultieme mancave. Over een ruimte van negentig vierkante meter staan vier Moto Guzzi’s V7 verspreid, variërend van een 700 tot een 850 GT California, een California II en een 1100 Special Sport. Aan de muur hangen nog eens vier frames van een V7. Opvallend is dat behalve de Sport geen één motor rijklaar is. “Maar ze hebben allemaal een kenteken,” zegt Henk, “en ik
heb alle onderdelen in huis. Ik hoef ze alleen nog maar in elkaar te zetten.” De oud-directeur van Hobo Hydrauliek viert zijn pensioen tussen de motorfietsen, of beter gezegd; tussen de Moto Guzzi’s. “Rijden en sleutelen is mijn manier om te
genieten. Hier kom ik tot rust en ervaar ik geen stress.” Hij grijnst. “En op deze manier heeft Ria, mijn vrouw, het minste last van me.”
RIJP VOOR DE SCHROOTHOOP
De laatste tijd heeft het werk aan zijn motorfietsen ernstige vertraging opgelopen door het restauratieproject van mijn V7 Special, die in de volksmond Guus wordt genoemd. Hij staat op een van de twee hydraulische werkbanken. De afgelopen
maanden kwam er beetje bij beetje steeds meer leven in de motor, die in feite rijp was voor de schroothoop. Henk bood aan om de V7 nieuw leven in te blazen. “Je motor verdient dat. Onder zware omstandigheden is ‘ie zo’n beetje de hele wereld over gereden. Deze motor moet worden behouden.”
BERG OUDE ROMMEL
Door al mijn bezoekjes aan mijn V7 zijn Henk en ik inmiddels vrienden geworden. Ik zag Guus onder zijn handen weer langzaam tot leven komen. Aanvankelijk staarde ik beduusd naar het kale frame met een berg oude rommel ernaast - de onderdelen. De staat van de Guzzi viel Henk op zijn zachts gezegd tegen. “Ik kon zien dat de motor had geleden. Overal zaten deukjes, van de achternaaf was een stuk afgebroken, de wielen waren vierkant, de kabelboom was een zootje. Maar toen ik het frame kaal had, schrok ik. Het was op vier plaatsen gebroken. Het vreemdste was dat de bouten van de middenbok bijna doormidden waren gescheurd. Het was slechts een kwestie van tijd voordat de middenbok los zou komen. Zo’n ding weegt vier kilo. Ik wil niet eens over de gevolgen nadenken. Je hebt mazzel gehad.” Tijdens de laatste reis van Amsterdam naar Tokio hoorde ik onderweg geregeld dat het een wonder was dat de motor überhaupt nog functioneerde. Het is geen geheim dat ik niet veel heb met techniek, maar het lukt me wel om op een of andere manier altijd op het juiste moment een goede monteur tegen het lijf te lopen.
ELK GEBREK VERHOLPEN
Zoals het ernaar uitziet hoeft aan Guus de komende jaren niet meer worden gesleuteld. De motor is in nieuwstaat en heeft een metamorfose ondergaan. Van de opbrengst van de witte, door Graziano Rossi ondertekende, spatborden konden we een chromen setje aanschaffen. Het zadel vonden we voor een prikkie op het internet. Ikzelf schraapte de blanke lak van de tank, wreef ‘m nog een beetje op, plakte de stickers, blanke lak eroverheen en klaar was Kees.
Het werk van Henk is onzichtbaar. Geen onderdeel is niet door zijn handen gegaan en elk gebrek is verholpen. Voor het eerst in twintig jaar zal ik neerkijken op een werkende snelheidsmeter en kilometerteller, zelfs op een dagteller en op lampjes voor de oliedruk en de dynamo.
Ook nieuw op mijn Guzzi zijn een remlicht en knipperlichten die heel fraai in het stuur zijn verzonken. Ook zijn de remschoenen vervangen en zullen de remmen, godbetert, eindelijk eens naar behoren functioneren. Daar komt bij dat de vierbak is vervangen voor eentje met vijf versnellingen.
Het motorblok is nagekeken door Oebele Herder, die alleen de lagerschalen van de krukas hoefde te vervangen en de zuigerveren. Kortom, de motor heeft dus vooral uitwendig geleden, want ook de cardan is in puike conditie. De kruiskoppeling is na zo’n honderdvijftigduizend kilometer nog altijd niet aan vervanging toe.
MET DE TIJD MEE
Ik kocht de V7 in 2000 bij een Amsterdamse Moto Guzzi-dealer. Drie jaar lang had ‘ie onbedekt in een achtertuin gestaan. Behalve ik, kon geen enkele geïnteresseerde door de roest en de algehele misère heenkijken. Inmiddels zijn we twee wereldreizen en wéér een metamorfose verder. Het zal nog een paar weken duren voordat de eerste klappen uit de dempers zullen rollen. Tegen die tijd zal de V7 ook zijn voorzien van een usb-stekkerdoos. “Want ook Guus gaat met zijn tijd mee,” zegt Henk.
GOEDKEUREND GEKNIK
Die zaterdag is op zijn terrein in Nieuwlande een bescheiden onderdelenmarkt. Guus is de publiekstrekker en staat alvast te shinen als een kroonjuweel. Liefhebbers uit de buurt en zelfs helemaal uit Noordwijk, komen langs voor een begroeting en gaan allemaal uit belangstelling bij de Guzzi door de knieën. Goedkeurend geknik. Hier en daar gaat een duim omhoog.
Erik Heemskerk uit Noordwijk roemt het vakmanschap van Henk. “Aan alles kan ik zien dat met veel liefde aan deze motor is gewerkt. Guus is weer terug in het land der levenden.” Zijn maat Bastiaan Wesseling komt erbij staan. Het duurt even voordat hij aan de nieuwe looks van de motor is gewend. “De motor is nieuw, maar heeft zijn karakter behouden. Als hij rijklaar is, zal deze V7 ongetwijfeld een van de beste van Nederland zijn.” Dan kijkt hij me van opzij aan. “Trouwens, waar gaat de volgende reis naartoe?”